Ja, het lukt me!

NT2 = Nederlands als tweede taal

In onze samenleving wonen veel mensen die niet afkomstig zijn uit Nederland. De kinderen hebben Nederlands als tweede taal, NT2.

Om Nederlands goed te kunnen lezen en spreken is het belangrijk dat je de Nederlandse taal veel aandacht geeft. Dit kun je doen door:

  • beginnen met korte zinnen
  • indien mogelijk de moedertaal te koppelen aan het Nederlands
  • Veel praten, letten op uitspraak
  • dingen/mensen benoemen met lidwoorden
  • woordenschat opbouwen
  • werken met werkwoorden en de vervoegingen ervan
  • veel aanbieden met afbeeldingen
  • werken in thema’s
  • lezen, tekst bespreken: Wie, Wat, Waar, Waarom
  • ook buiten lestijden Nederlands aanbieden
  • veel herhalen/huiswerk meegeven
  • veel lachen om fouten en werken aan verbetering / herhaling

Om Nederlands als tweede taal aan te bieden kies je voor:

  •  dagelijkse dingen, zoals verkeer/vervoer, dagindeling, woorden die in school gebruikt worden, dagen van de week, maanden en jaargetijden (voorjaar = lente, enzovoort)
  • thema’s die passen bij de leerling, zoals sport, muziek, andere hobby’s als tekenen, buiten spelen
  • algemene dingen als kleuren, vormen, getallen en cijfers/rekenen met bijbehorende woorden (plus = erbij doen = en / aftrekken = eraf halen = min =/totaal = uitkomst)